Ik zag Mickey 17 en dat viel nogal tegen. Regisseur Bong Joon-Ho heeft toch moeite om in Hollywood te doen wat hij eerder in Zuid-Korea zo goed deed. Daarom herkijk ik zijn grote doorbraakfilm die 20 jaar geleden in de bioscoop verscheen. Daarin wist hij een perfecte balans tussen drama, comedy en horror te creëren.
Alle films van Bong Joon-ho gaan over monsters, de ene wat letterlijker dan de andere. In Memories of Murder is het monster een boogeyman die voortdurend verscholen is in de duisternis. In Snowpiercer en Parasite is het monster abstracter, in de vorm van een allesvernietigend kapitalisme die een tweedeling in de maatschappij veroorzaakt. In Okja is het de totaal uit de hand lopende voedselindustrie. In The Host is het een echt monster, met een slijmerige huid, een grijpstaart en een voorliefde voor kleine kinderen.
Wanneer een Amerikaanse militaire wetenschapper opdracht geeft om een enorme voorraad giftig formaldehyde door de afvoer te lozen, ontstaat er een gemuteerd amfibisch/reptielachtig monster in de Han-rivier in Seoul, waar burgers picknicken en waar Hee-bong en zijn onvolwassen maar nogal slome zoon Kang-du een eetkraam runnen. Kang-du is de liefhebbende maar onverantwoordelijke vader van de zevende-klasser Hyun-seo. Dat wordt duidelijk gemaakt via een aantal prachtige kleine schenes waarin Bong zijn gave toont om humor, drama, liefde en zelfs slapstick te integreren in zijn film. Hij weet direct empathie op te wekken voor zijn verre van perfecte personages. Het krap bij kas zittende gezin wordt aangevuld met de werkloze universitair afgestudeerde Nam-il en de dromerige boogschutter Nam-joo. Wanneer het monster tevoorschijn komt om chaos te zaaien onder de picknickende omstanders, weet het dochter Hyun-seo in haar geheel op te slokken en haar in een vochtige rioolput te deponeren. Het gezin is in alle staten over het verlies, overtuigd dat ze zijn dat het meisje dood is. Maar dan gaat de telefoon. Ze leeft nog. Het gezin gaat op zoek, waarbij ze voortdurend worden tegengewerkt omdat Kang-du wel eens besmet zou kunnen zijn door het monster. Op voorspraak van de Amerikaanse regering en de WHO moet iedereen die in contact is geweest met het monster in quarantaine, de straten worden ontsmet en Seoul wordt bestookt met een bacteriedodend chemisch wapen dat bekendstaat als Agent Yellow.
Ik moest denken aan Little Miss Sunshine, de feelgoodfilm over een disfunctionele familie die op een soort odyssee gaat om de droom van het jongste lid te realiseren. Maar hier is de thematiek veel rijker. The Host integreert issues als buitenlandse inmenging, binnenlandse veiligheid, milieuvervuiling en overheidspropaganda. Subtiel gaat Bong daarbij niet te werk. Hij legt alles er dik bovenop. De special effects voor het monster weet hij daarbij perfect te integreren met de menselijke interactie. De actie krijgt extra levendigheid door zijn veelvuldige inlassingen van grappige momenten. Een meisje met een koptelefoon op lijkt zich totaal niet bewust van de vluchtende menigte, een militair in een beschermend pak glijdt onderuit en probeert vervolgens cool te doen, Kang-du valt voorturend in slaap met kwijl langs zijn mond, de loensende onderzoeker die Kang-du bestudeert. Zo weet Bong prachtig de balans te bewaren tussen de actie, chaos en hectiek rond het monster en de menselijke dimensie. Dat weet hij nog te versterken door de botsing van twee extremen: de soms echt heftige schrik- en horrormomenten aan de ene kant en de humor en slapstick aan de andere. Een perfecte illustratie van de grip die Bong heeft op die mix is die waarbij Hyun-seo wil ontsnappen via de rug van het slapende monster. Hij laat hier de tijd stilstaan en weet zijn publiek de adem te ontnemen. Centraal in alle hectiek, de chaos, het drama en de horror staat de oneindig grote liefde van Kang-du, een man met weinig mogelijkheden maar met een enorm hart voor zijn dochter.