Er komt een remake aan van Carrie in de vorm van een serie. Ik weet niet of ik die ga kijken maar het is wel een mooie aanleiding tot het herzien van het origineel, dat dit jaar 50 wordt. Brian de Palma zei tijdens een interview in 1968 dat hij ambities had de Amerikaanse Jean-Luc Godard te worden. Na Greetings dat jaar en de theaterverfilming Dionysus in ’69 en Hi Mom! in 1970 leek dat nog waar te worden ook. Maar met Sisters in 1973 nam hij daar radicaal afstand van. Hij werd de nieuwe Hitchcock, de regisseur die weer hip was geworden door filmtijdschift Cahiers du Cinema dat de de Brit in haar auteurstheorie op een voetstuk had gezet als een van de belangrijkste filmmakers ooit. In korte tijd werd De Palma, vooral door de manier waarop hij Hitchcock imiteerde en parodieerde, een van de succesvolste onafhankelijke regisseurs. Hij kon veel explicieter zijn dan zijn voorbeeld en dat leidde in eerste instantie tot Obsession en kort daarna Carrie.
In deze horrorsatire botsen de laat opkomende menstruatiecyclus en seksuele rijping van een gepest telekinetisch buitenbeentje met de psychologische kuisheidsgordel van haar fundamentalistische moeder. Het is de film waarin De Palma voor het eerst zijn destructieve gevoel voor humor (dat sterke overeenkomsten vertoont met dat van Paul Verhoeven) weet te combineren met zijn visuele flair, een combi die beide aspecten nog beter tot hun recht liet komen. Carrie voelt als het bastaardkind van The Exorcist en American Graffiti, een kind dat niet levensvatbaar zou moeten zijn maar er toch is. De regisseur baseerde zich op de debuutroman van Stephen King, de schrijver die destijds nauwelijks rond komen maar door deze verfilming in een klap beroemd was. Zijn boeken staan bekend als horror maar eigenlijk gaan ze over mensen, meestal in kleine gemeenschappen, wiens dagelijks leven verstoord wordt door iets verontrustends. Vaak door iets bovennatuurlijks. De horror is hier een vehikel om tot de kern van een thema als liefde, vriendschap, eenzaamheid of religie te komen.
Sissy Spacek is verbluffend als de gekwelde Carrie, dochter van Margaret (Piper Laurie, die duidelijk door heeft dat het vet aanzetten van de rol de film alleen maar beter maakt) die met fanatieke religieuze toewijding strijdt tegen alles wat met seks te maken heeft. Het is een angst die voortkomt uit het feit dat ze vele jaren geleden door Carrie’s inmiddels afwezige vader is verleid en in de steek gelaten. Al direct in de opening duikt De Palma in die seksuele kant van het verhaal. Hij was 35 toen hij de film maakte, Amy Irving was 22, Nancy Allen 25 en Sissy Spacek 26. Volwassenen dus maar toch voelt de opening extreem voyeuristisch in de manier waarop de regisseur zijn camera langs de naakte lichamen laat gaan. Zeker door zijn kenmerkende slowmotion. Het is een scène die Hitchcock wellicht had willen maken maar waarvoor hij nooit de durf gehad zou hebben. Sowieso zouden zijn vrouw Alma en de Hays Code er een veto over uitgesproken hebben. De vrouwen spelen meisjes van 16, 17 en dat maakt het nog extra cringe. Hij zou vier jaar later precies hetzelfde doen in Dressed to Kill, al is het object hier een vrouw van middelbare leeftijd (Angie Dickinson). De regisseur werd dan ook vaak beschuldigd van mysoginie maar volgens mij wil hij juist zeggen dat het hem niet gaat om zijn blik maar om de manier waarop de meisjes en vrouw de hoofdrol opeisen. In Carrie zijn vrouwen de baas, op allerlei manieren.
Het bloeden van Carrie in deze openingsscène is bij mijn weten de eerste keer dat menstruatie zo expliciet getoond wordt in een grote film. Alleen al daarvoor valt De Palma te prijzen. In de scène koppelt hij de onschuld van de meisjes direct aan de zondeval, door de bloedende protagonist. Het is een krachtig centraal thema dat extreem aangezet wordt door Margaret die in het vrouw worden van haar dochter de zonde niet meer uit haar huis kan weren. De Palma melkt dit fanatisme flink uit en zet het zo aan dat het een pastiche wordt. Dat uitmelken doet hij op alle fronten en hij perst alles uit scènes die bij een andere regisseur slechts een voetnoot zouden zijn. Hij doet dat door een intense cameravoering met sterke contrasten, de geweldige score van Pino Donaggio en, jawel, het veelvuldig inzetten van slowmotion. Denk aan de scène in de klas met het gedicht, waarin zelfs de docent zich tegen Carrie keert, en die met het dansende paar waar de camera op een geweldige manier rond Carrie en Tommy draait. Maar het is vooral de finale tijdens het prom die iconisch is, als De Palma de spanning enorm opschroeft met het touw, de emmer met bloed en de stralende Carrie daaronder.
Carrie is een horrorfilm maar niet op de manier zoals The Texas Chainsaw Massacre of The Hills have Eyes het doen. De horror hier zit niet in de scares en het bloed maar in de manier waarop Carrie bekeken en behandeld wordt. Carrie is een film die de jungle van de middelbare school centraal stelt, een onderwerp waarover talloze films zijn gemaakt maar zelden op deze manier. Adolescence doet het bijvoorbeeld ook, maar de aanpak daar is in alles tegengesteld aan het barokke drama van De Palma. In de verbluffende, langgerekte prom-scène verandert Carrie van lelijk eendje in een zwaan, gadeslagen door Tommy en door de hele school. Maar als de emmer valt, komt langzaam de demon tevoorschijn die haar woede loslaat op alles en iedereen die haar iets aangedaan heeft. Een barokke, gothische horrorfilm die zo vet is aangezet dat die maar door een regisseur gemaakt had kunnen worden.